Fosfaat

Groei? Meer kg melk per kg P?, kringloopwijzer?, fosfaatrechten?

De laatste maanden is de melkveehouder overspoelt met maatregelen zoals de PAS, de Melkveewet en recentelijk nog de fosfaatrechten. De sector moest stappen ondernemen om onder het fosfaatplafond te blijven. Daarom wordt fosfaatefficiëntie essentieel voor het bedrijfsresultaat. Wie fosfaat zo optimaal mogelijk weet te benutten op zijn bedrijf kan meer melk produceren met dezelfde kilo’s fosfaat. De KringloopWijzer brengt voor een specifiek bedrijf eenvoudig de mineralenkringlopen in beeld. Een kringloop laat zien waar de sterke en zwakke punten in het bedrijf zitten als het gaat om mineralenbenutting. En efficiënt mineralengebruik leidt tot hogere gewasopbrengsten of minder verliezen van mineralen. Hierdoor kan een melkveehouder dus zijn bedrijfsvoering verbeteren en kosten besparen. Bovendien is het ook goed voor het milieu. Dit systeem wordt voor elke veehouder verplicht per 1 januari 2016 om aan deel te nemen. Dit geldt ook voor de extensieve melkveehouder, die tot op heden niet met de BEX heeft meegedaan!! Ook deze veehouders dienen hun kuilen te laten bemonsteren

Ruw Eiwit en Fosfor in ruwvoer

Een belangrijke parameter voor de veehouder is de hoeveelheid fosfor(P) in het ruwvoer. Let goed op, want niet alleen de hoeveelheid fosfor in ruwvoer is leidend voor de excretie van fosfaat. De vraag is: hoeveel fosfor voer je in totaal, en hoeveel melk produceer je ermee? Het is de kunst om je bijvoeding aan te passen op je eigen ruwvoer. Bij hogere gehaltes fosfor en stikstof is het mogelijk om te besparen op aankoop van eiwit. Uiteindelijk gaat het op een melkveebedrijf om efficiëntie. De aankoop van dure voeders is niet nodig als het ruwvoer voldoende bevat. Dat mes snijdt nu dus aan twee kanten; in je fosfaatquotum, en in de portemonnee. Eiwit is immers duur.

Er is winst te behalen

Uit diverse projecten omtrent kringloopwijzer blijkt dat 20% van de bedrijven nog gemiddeld 16% ruw eiwit in hun rantsoen gevoerd hebben. 15% is voldoende voor een goede melkproductie. Daar valt dus nog wat winst te behalen. Benut het eigen ruwvoer, en voer niet overbodig bij. Dan voert u minder P aan op uw bedrijf, en kunt u meer melk produceren binnen het quotum, met lagere voerkosten.

 

Aandachtspunten om Fosfaatefficiëntie te verhogen

A) Dieraantallen

 

Houd zo min mogelijk stuks jongvee aan en probeer de levensduur van uw koeien te verhogen. Insemineer de laagproductieve koeien met BWB.

Men gaat voor de toekenning van de fosfaatreferentie een forfaitaire norm hanteren:

43 kg fosfaat per melkkoe

21,9 kg fosfaat per stuks jongvee ouder dan 1 jaar

9,6 kg fosfaat per stuks jongvee jonger dan 1 jaar

 

Een bedrijf met 100 melkkoeien kan ruimte creëren voor 1 extra melkkoe door zijn vervangingspercentage met (43 : (21,9 + 9,6)) = 1,37 % te verlagen.

Om 5 melkkoeien extra te houden is dan een verlaging van het vervangingspercentage noodzakelijk van: 5 x 1,37 = 6,9% Deze maatregel geeft bij een bedrijf met een melkproductie van 9000 liter per koe een extra cash-flow van 5 x 9000 x 0,3 = 13.500 Euro. Tel daarbij op dat ook de totale opfokkosten aanzienlijk dalen, evenals het in de veestapel geïnvesteerde vermogen. Globaal zal dit de helft zijn van: (730 dagen x 1,85 opfokkosten x 6,9 dieren) = €4.700,- welke direct ten goede zal komen aan de liquide middelen.

Bedenk wel dat het makkelijker is gezegd om het aantal stuks jongvee te verminderen. Om dit op een verantwoorde wijze te doen is het o.a. noodzakelijk dat er een goede analyse wordt gedaan van de oorzaken waarom melkkoeien (versneld) worden afgestoten. Heeft men dit goed in beeld, dan kan men pas een reële inschatting maken van het optimale (na te streven) vervangingspercentage.

 

 

B) Grond en gewassen

• Bemonster uw drijfmest zodat u weer wat er in zit, en weet wat de gemiddelde onttrekking is volgens de kringloopwijzer van uw gewassen. Met deze kennis kunt u berekenen hoeveel kuub minimaal nodig is.

• Breng vooral meer mest naar hoogproductieve percelen, en minder naar de laagproductieve percelen. Dan wordt de mest het beste benut. Dus meer perceel-specifiek bemesten

• Grondmonsters beter benutten (eventueel met uitgebreide analyse) voor pH bepaling, stikstoflevering, fosfaat , kali en zwavel toestand, maar ook bijv. calcium beschikbaarheid van het gewas

• Verdichtingen in de bodem opheffen en verdichting voorkomen (ontwatering/structuur)

• organische stof van maisland op peil brengen en/of behouden

• Probeer meer akkerbouwmatig met uw gewassen om te gaan door bijvoorbeeld een bouwplan op te stellen

• Benutting gras verbeteren bij beweiding. Welke manier van beweiden past bij u en draagt bij aan hoge(re) mineralenefficiëntie. Bijvoorbeeld: rotatie standweiden t.o.v. traditioneel standweiden

• Rassenkeuze van gras en maïs nog gerichter bepalen aan de hand van bodem, ontwatering, oogsttijdstip en dergelijke

• Toepassing van precisiebemesting door bijv. rijenbemesting bij maïs (met GPS)

• Uitvoering grondbewerking: kerende en niet-kerende grondbewerking.

 

Goed gras benut fosfor beter

Hoge verteerbaarheid is gunstig

De beschikbaarheid van fosfor uit gras wordt onder andere beïnvloed door de verteerbaarheid van het gras. Uit onderzoek van Eurofins Agro is gebleken dat gras met een hoge verteringscoëfficiënt (VCOS) resulteert in een hogere fosfor beschikbaarheid in de koe. Het NDF gehalte is ook een factor die invloed heeft op de verteerbaarheid. Bij een lagere NDF zal de fosforbeschikbaarheid ook hoger zijn. Hierdoor komt er veel fosfor beschikbaar voor het vee. Het drogestof percentage van uw gewas heeft ook invloed op de benutting van fosfor maar in minder mate dan VCOS en NDF. Als u uw gras jonger maait is de verteerbaarheid hoog en het NDF laag. Zorg er wel voor dat uw gras minimaal een drogestofgehalte van 45% heeft, dit zorgt voor een langzamere penspassage. Een hogere verteerbaarheid kun je ook bereiken door te kiezen voor grasmengsels met een hogere celwandverteerbaarheid. Deze rassen zijn te herkennen aan het MilkIndex logo.

Zorg voor een goede bodem

De bodem bevat vele bouwstoffen voor uw gewas. Door de bodem gezond te houden zal uw gewas de fosfor beter opnemen. Over het algemeen bevat uw gewas meer fosfor bij een bodem met een hoge PAL-waarde. Door de hogere PAL-waarde dus meer fosfor beschikbaar voor uw gewas, dus ook een hogere fosforbeschikbaarheid voor uw vee. Zorg voor een vitale bodem met een goede pH, afwatering en ook voldoende stikstof. Grond met een hogere fosfaattoestand staat gelijk aan een potentieel hogere fosfaatopname. Ook een gezond bodemleven maakt extra nutriënten vrij in de bodem.

Goed gras benut fosfaat beter

Van ondiep wortelend onkruidgras als ruwbeemd en straatgras mag je weinig fosfaatopname verwachten. Bovendien is de verteerbaarheid matig wat ongunstig is voor de fosfaat efficiëntie. Zorg dus voor een goede grasmat door tijdig door te zaaien of te vernieuwen. Het grasmengsel heeft ook invloed op de beschikbaarheid van fosfor. Er zijn rassen en mengsels beschikbaar met een hogere VCOS. COUNTRY MilkMore mengsels bevatten rassen met een bovengemiddelde celwandverteerbaarheid.

 

C) Voer

Wat doet P in de koe?

Fosfaat draagt bij aan een goede celwandvertering en eiwitsynthese en bevordert zo de penswerking van een koe. Daarom is de meest beperkende factor voor fosfaatbenutting: “pensverzuring” In een verzuurde pens wordt er minder fytase geproduceerd, waardoor er minder fosfaat vrij komt in de pens. De basis voor een goede penswerking vormt een uitgebalanceerd rantsoen. Koeien moeten optimaal de mogelijkheid krijgen om hun werk als herkauwer te doen. Wanneer er voldoende herkauwactiviteit plaatsvindt zal een deel van het fosfaat gerecycled worden in de koe.

De juiste verhouding tussen calcium en fosfaat in het rantsoen is een ander belangrijk aandachtspunt, niet alleen bij het melkvee maar zeker ook bij droogstaande koeien en jongvee. Fosfaat heeft een antagonistische werking met ijzer, magnesium, kalium en vet. Bij de Eendracht houden wij met de analyse van deze elementen in de rantsoensamenstelling dan ook zeker rekening mee. De fosfaat-absorptiecoëfficiënt hangt af van de mate van fosforvoorziening. Oftewel: hoe minder fosfaat een koe krijgt, hoe efficiënter een koe hier mee omgaat. De absorptiecoëfficiënt loopt uiteen van 75% bij ruime fosforvoorziening tot wel 90% bij een krappe fosforvoorziening

De huidige melkveerantsoenen in Nederland bevatten over het algemeen een overmaat aan fosfor. Vanwege de huidige fosfaatwetgeving is het de uitdaging om te kijken naar de fosfaatefficiëntie van de veestapel.

Op dit moment wordt veelal de veilige ondergrens van 3,4 gram fosfor per kilo drogestof gehanteerd, maar de werkelijke behoefte zou wel eens veel lager kunnen zijn. Tot op heden is er nog te weinig onderzoek gedaan naar de werkelijke fosfaatbehoefte van de koe.

 

 

D) Gehalten in melk

Hogere gehalten aan eiwit en lactose in de melk zorgen voor een betere fosfaatefficiëntie. Dit blijkt uit een studie van WUR-onderzoeker Geronda Klop. In een voorbeeld toonde Klop aan dat wanneer het eiwitgehalte steeg van 3,4 naar 3,57 procent en het lactosegehalte van 4,57 naar 4,8 procent, de fosfaatefficiëntie steeg van 40 naar 44 procent.

Dus hogere gehalten leveren niet alleen direct meer melkgeld op, maar ook indirect zoals door een hogere fosfaatefficiëntie