Uit

Voor 2019 verandert het mestbeleid op een aantal punten. De regels voor stikstofgebruiksnormen, equivalente maatregelen en het scheuren van grasland wijzigen. Ook de uitrijdperiode voor vaste mest en drijfmest wordt gewijzigd. Alle wijzigingen zetten we op een rijtje.

De uitrijdperiode voor drijfmest en zuiveringsslib op bouwland verschuift in 2019: deze loopt van 15 februari tot en met 15 september. Voor grasland blijft de huidige data gehandhaafd. De uitrijdperiode voor vaste strorijke dierlijke mest op klei- en veengrond (grasland) verschuift naar 1 februari tot en met 15 september. Echter, voor seizoen 2020 wordt dit gewijzigd naar 1 december 2019 tot en met 15 september 2020.

Grasland scheuren en vernietigen
Grasland vernietigen op zand en lössgrond mag in 2019 tussen 10 mei en 1 september, mits daarna direct gras wordt ingezaaid. Dit moet uiterlijk 10 september zijn gedaan. Wanneer een aaltjesbeheersend gewas (zoals tagetes of japanse haver) wordt gezaaid, voor de opvolgende teelt van bloembollen, dan geldt een uitzondering. In dit geval mag grasland worden vernietigd van 1 juni tot 15 juli.

Grasland mag niet langer worden gescheurd bij vraatschade (muizen) of door extreem weer. Wordt er na 31 mei grasland gescheurd op zand- en lössgrond, dan geldt een korting op de stikstofgebruiksnorm van 50 kilo per hectare. Deze percelen hoeven niet meer te worden bemonsterd middels een zogenaamd scheurmonster.

Equivalente maatregelen

Vanaf 1 februari is het mogelijk om je aan te melden voor de equivalente maatregelen, als uitzondering op de gebruiksnormen. Deze gelden tot en met 2020.

  • Rijenbemesting in maïs: Deze blijft bestaan tot 2021. Vanaf dit moment is rijenbemesting op zand- en lössgrond verplicht voor zowel kunstmest als dierlijke mest bij maïs in rijen.
  • Stikstofgebruiksnormen: Voor kleigrond met een hogere opbrengst blijft tot en met 2019 een hogere stikstofgebruiksnorm staan. De extra norm is wel lager dan in 2017.
  • Fosfaatgebruiksnormen: Voor suikerbieten, consumptie- en pootaardappelen, wintertarwe, zomergerst, zaaiuien en maïs mag een hogere fosfaatgebruiksnorm worden gebruikt bij heel hoge opbrengsten. De grond moet dan de classificering neutraal hebben.
  • Fosfaatgebruiksnormen: Voor consumptie- en pootaardappelen, zaaiuien en maïs mag bij fosfaattoestand laag een hoge gebruiksnorm worden gebruikt van 5 kilo per hectare per jaar. Dit geldt alleen bij heel hoge opbrengsten.

Stikstofgebruiksnormen
Enkele details in de stikstofgebruiksnormen worden gewijzigd. Bij de graszaadteelt van veldbeemd op kleigrond gaat de norm van 110 naar 130 kilo per hectare in het eerste jaar. Groenbemesters moeten uiterlijk op 16 september zijn ingezaaid. Wordt de groenbemester tussen 1 augustus en 15 september geteeld (na een uitspoelingsgevoelig gewas), dan mag maar 50% van de stikstofnorm worden gebruikt op bouwland bij zand- en lössgrond. Na een niet-uitspoelingsgevoelig gewas is de norm wel 100%.

Graszaadstoppel die in juli of augustus is geoogst, wordt meegeteld als groenbemester; mits deze in hetzelfde najaar of volgende voorjaar wordt vernietigd. De stikstofgebruiksnorm van graszaad mag hiervoor worden gehanteerd. Na snijmaïs moet voor 1 oktober een vorstbestendig vanggewas zijn gezaaid op zand- en lössgrond. Dit kan middels onderzaai of inzaaien na de oogst.

Sleepvoetverbod
Formeel treedt op 1 januari 2019 ook het verbod op sleepvoetbemesters in werking. Echter, duidelijkheid over alternatieven zijn er nog niet. De sleepvoetbemester mag worden toegepast wanneer er borgingstechniek aanwezig is. Begin oktober schreef Boerenbusiness hierover. Een verbod voor mestseizoen 2019 is onhaalbaar, omdat de techniek er simpelweg niet is. Een concreet antwoord van de minister laat nog op zich wachten.

Bron: Boerenbusiness